Inzicht in de klimaatimpact van vollegrondsgroenten: de voorlopige resultaten
Aan de finale resultaten wordt momenteel nog volop gewerkt, deze worden verwacht tegen september 2026.
De Klimrek klimaatscan geeft een diepgaand inzicht in de klimaatimpact van de teelten op de vollegrondsgroentenbedrijven die we in het Klimrek-T project bezochten.
Alle inputs die het bedrijf binnen komen, en alle outputs die het bedrijf verlaten, worden via de scan in kaart gebracht. Dit betekent dat er bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met de emissies die vrijkomen bij bemesting, maar ook met de impact van de productie van die meststoffen.
We namen alle teelten van de deelnemende bedrijven onder de loep. De deelprocessen die het zwaarst doorwegen, zijn zichtbaar in onderstaande grafiek. Bij groententeelt zijn dit het dieselverbruik tijdens veldwerkzaamheden en veldemissies (lachgas) bij het toepassen van stikstofbemesting en het laten liggen van gewasresten. Het aandeel van deze processen hangt af van de specifieke teelt en gevoerde praktijk. Dit zijn voorlopige resultaten van 75 teelten op 12 bedrijven, verspreid over teeltjaar 2022 tot 2025. Aan de finale resultaten wordt momenteel nog gewerkt, deze worden verwacht tegen september 2026.

De belangrijkste bijdragen aan de klimaatimpact
Veldemissies
Veldemissies zijn het oranje balkje op de figuur. Ze nemen bij alle teelten een aanzienlijk aandeel in in de klimaatimpact van de teelt. Veldemissies ontstaan vnl. door het toedienen van mest (organisch en anorganisch), maar in mindere mate ook door mineralisatie van bodemorganische stof en gewasresten. Het gaat voornamelijk om lachgas (N2O), maar ook CO2 komt vrij o.a. bij toediening van ureumhoudende meststoffen en bekalking.
Diesel
Emissies bij dieselproductie en verbranding (vnl. CO2) zijn op de figuur te zien als het gele balkje en leveren belangrijk aandeel van de klimaatimpact.
Meststofproductie
Om kunstmeststoffen te produceren is energie nodig. Meststofproductie komt dan ook met een klimaatimpact, op de figuur te zien als het licht blauwe balkje.
Dierlijke mest komt het groenteteeltbedrijf impactvrij binnen. Dat houdt in dat de emissies bij opslag van mest (in de stal of in een ander mestopslagsysteem) op conto van de veehouder en de dierlijke producten (melk of vlees) gerekend worden. De emissies bij toepassing van de mest op het veld komen, zoals hiervoor toegelicht, wel op conto van de groenteteler. Deze werkwijze is in overeenstemming met wat is afgesproken binnen de LCA-gemeenschap. Die afspraken kunnen in de toekomst nog veranderen. Deze rekenregels voorkomen dat we de emissies van dierlijke mestproductie en -opslag dubbel tellen binnen de landbouwsector in zijn geheel. Analoog aan dit principe tellen we bijvoorbeeld ‘bierdraf’ aan een veel lagere klimaatimpact mee dan andere voedercomponenten, omdat bierdraf een reststroom is. Ter verduidelijking: het grootste deel van de klimaatimpact komt terecht op het bier, niet op de draf.
Irrigatie
Om te irrigeren is energie (diesel, elektriciteit) nodig. Bij productie en verbruik ervan komen broeikasgassen vrij. Afhankelijk van hoeveel een teelt geïrrigeerd wordt, kan de bijdrage van irrigatie aanzienlijk zijn. Op de figuur is de bijdrage van irrigatie uitgemiddeld over teelten die wel en niet geïrrigeerd werden.
Zaai- en plantgoed
De productie van zaai- en plantgoed vraagt om analoge inputs en handelingen als de teelt zelf. Om die reden gaan achter zaai- en pootgoed ook veldemissies, emissies van dieselproductie en -verbranding en andere inputs schuil. Zaaizaad en pootgoed komen daardoor met een klimaatimpact, maar doordat er relatief kleine hoeveelheden van nodig zijn, is die impact beperkt ten opzichte van de bijdrage van andere processen.
Gewasbeschermingsmiddelen
De productie van gewasbeschermingsmiddelen heeft een beperkte klimaatimpact. De bijdrage aan de klimaatimpact van groenten is beperkt. Het effect van gewasbeschermingsmiddelen tekent vnl. in andere milieu-impactcategorieën (toxiciteit).
Machines
Productie van deze inputs heeft een bepaalde klimaatimpact. Het aandeel hiervan is echter relatief klein.
Naoogst
Onder naoogst verstaan we alle handelingen die op het bedrijf zelf nog gebeuren met de geoogste producten. Dit kan gaan om reiniging, sortering, verpakking en bewaring in loodsen of frigo's. Naoogst vindt niet op alle bedrijven en niet voor alle teelten plaats. De bijdrage hiervan is dan ook variabel en uitgemiddeld op de figuur. Afhankelijk van hoeveel en welke energie verbruikt wordt op een bedrijf, kan naoogst een belangrijke bijdrage leveren aan de klimaatimpact.
Wat is de klimaatimpact van een vollegrondsgroenteteelt?
De bijdrage aan klimaatverandering van groententelers wordt uitgedrukt per kg product en per hectare. Onderstaande figuur toont de resultaten van de 6 piloottelers voor het eerste en tweede projectjaar (subset van bovenstaande resultaten). Er wordt een gemiddelde impact weergegeven over alle teelten heen, maar uiteindelijk is het de bedoeling om gemiddelde waarden te bekomen per teelt, wanneer de dataset voldoende groot is.
De marktomstandigheden kunnen een rol spelen in het eindresultaat. Zo waren de kunstmestprijzen hoog in 2022 door de oorlog in Oekraïne, waardoor er minder kunstmest werd toegediend en de veldemissies lager waren. Het teeltseizoen in 2022 was ook op 1 na het warmste en droogste jaar ooit; 2023 was een combinatie van extreem droge mei-juni maanden en verder het natste jaar ooit.